Taalbeleid

Op deze pagina lees je wat ons taalbeleid inhoudt en hoe jij als partner de principes toepast in je dienstverlening.

Wat is het?

Om te streven naar een inclusieve en kwalitatieve dienstverlening passen we een taalbeleid toe dat jij als partner mee uitvoert.

Het taalbeleid is een geheel van principes en richtlijnen die bepalen hoe we in de context van arbeidsbemiddeling omgaan met taalgebruik, taalverwerving en taaldiversiteit, om de kansen op tewerkstelling en maatschappelijke participatie te verhogen.

Een derde van onze niet-werkende werkzoekende klanten heeft weinig of geen kennis van het Nederlands. De focus van ons taalbeleid ligt daarom op:

  • het versterken van het Nederlands als gemeenschappelijke taal
  • concrete handvatten bieden om om te gaan met meertaligheid, zowel in bemiddelings- als opleidingscontext

Vier principes

Ons taalbeleid vertrekt van 4 principes:

  • De dienstverlening is inclusief en kwalitatief voor iedereen.
  • Taalbeleid is een verantwoordelijkheid van iedereen.
  • Taalverwerving is gericht op het loopbaanperspectief op korte en lange termijn.
  • We waarderen meertaligheid als hefboom voor het leren van Nederlands en voor tewerkstelling.

Hoe pas je dit toe in je dienstverlening?

  • Je benadrukt het belang van het Nederlands om te werken en wonen in Vlaanderen.
  • Je beschouwt meertaligheid als een troef op de arbeidsmarkt en als een hulpmiddel om Nederlands te verwerven.
  • Je communiceert toegankelijk door ter ondersteuning gepaste taalhulpmiddelen te gebruiken, op maat van de taalvaardigheid en het profiel van je klant: eenvoudig gesproken en geschreven Nederlands, visuele ondersteuning, tolken, ... Je gebruikt andere talen in communicatie met klanten in lijn met de taalwetgeving.
    • De communicatiewijzer (met beslisboom taalwetgeving en overzicht van taalhulpmiddelen) biedt je hierbij ondersteuning.
  • Je ondersteunt taalvaardigheid en taalverwerving in het Nederlands door:
    • je klant op maat te informeren over leer- en oefenmogelijkheden;
    • de combinatie van de begeleiding/opleiding en lessen Nederlands praktisch mogelijk te maken en te stimuleren;
    • je klant talige oefenkansen te bieden door bijvoorbeeld zelf eenvoudig Nederlands te gebruiken;
    • informatie over het taalniveau van de klant up-to-date te houden in Klantendossier. Meer informatie vind je op de extranetpagina Taalniveaus in het klantendossier.
  • In opleidingen stimuleer je de taalontwikkeling van (alle) curisisten door de principes van taalontwikkelend lesgeven toe te passen.
    • Taalontwikkelend lesgeven (TOL), ook: 'taalgerichte vaklessen geven', staat voor lessen met veel interactie, context en taalsteun. Door met elkaar in gesprek te gaan tijdens activerende opdrachten, komen cursisten tot een diepere verwerking van de leerstof, en bereiken ze een hoger taalniveau dan wanneer ze vooral moeten luisteren.
  • Je zet taalcoaching in opleiding of bemiddeling in, als dat van toepassing is binnen de opdracht. Taalcoaching kan enkel gegeven worden door organisaties die van VDAB goedkeuring hebben om dit aan te bieden.
  • Nederlands is de voertaal binnen je dienstverlening:
    • Opgelet: om een kwalitatieve inschatting te maken van het jobdoelwit en doeltreffende stappen te zetten richting werk, kan het voor sommige doelgroepen in bepaalde situaties nodig zijn om andere talen te gebruiken. Het is daarom mogelijk dat VDAB aan je  organisatie vraagt om opdrachten voor bepaalde doelgroepen (deels) in andere talen uit te voeren, bijvoorbeeld aan nieuwkomers of inwoners uit faciliteitengemeenten. Je doet dit - in lijn met de taalwetgeving - enkel voor die specifieke opdracht en voor bepaalde doelgroepen, als VDAB dit expliciet aan je organisatie vraagt.
      • Bij bemiddelingsopdrachten geldt daarbij de voorwaarde dat je klant voldoende taalkennis heeft voor het jobdoelwit, of de nodige taalkennis kan behalen tijdens de begeleiding, bijvoorbeeld door tegelijkertijd les te volgen in het volwassenenonderwijs.
Extra info: lexicon taalbeleid

In het kader van het taalbeleid gebruiken we heel wat specifieke begrippen. We lichten hier de meest gebruikte begrippen toe.

  • Taalbeleid: het geheel van principes en richtlijnen dat bepaalt hoe we omgaan met taalgebruik, taalverwerving en taaldiversiteit.
  • Europees referentiekader voor talen (ERK): een instrument om het niveau waarop iemand een taal beheerst te beschrijven. Het wordt gebruikt in zowel het vreemdetalenonderwijs als in het onderwijs Nederlands aan anderstaligen. Het kader onderscheidt verschillende vaardigheden (lezen, luisteren, schrijven, spreken, gesprekken voeren) en 6 niveaus van taalbeheersing (A1, A2, B1, B2, C1 en C2). De taalniveaus die VDAB gebruikt in Klantendossier en de Communicatiewijzer zijn gebaseerd op het ERK.
    • Het ERK wordt vaak schematisch voorgesteld als een berg, met omschrijvingen van de niveaus.Taalprofiel: een taalprofiel beschrijft welke taalvaardigheid nodig is om een opleiding te doorlopen en/of een job uit te voeren. Het is een inventaris van wat iemand moet kunnen op vlak van spreken, luisteren, lezen en schrijven voor een bepaalde job of opleiding, telkens gekoppeld aan een taalniveau. In de beroepenkaarten van VDAB vind je voor heel wat functies taalprofielen.
  • Taaldiversiteit / talige diversiteit: de verscheidenheid aan talen en taalgebruik.
  • Communicatiewijzer voor partners: instrument van VDAB dat medewerkers helpt om keuzes te maken hoe je communiceert met de klant, gebaseerd op de Communicatiewaaier van het Agentschap Integratie en Inburgering. De Communicatiewijzer helpt je om deze vragen te beantwoorden: kan ik in het Nederlands communiceren met mijn klant? Mag ik andere talen gebruiken met mijn klant? Welke taalhulpmiddelen kan ik gebruiken?
  • Taalhulpmiddelen: hulpmiddelen die je kan gebruiken om je communicatie met anderstaligen te ondersteunen, bijvoorbeeld eenvoudig Nederlands, vertaaltechnologie of tolken. Zie het overzicht van taalhulpmiddelen.
  • Taalgebruik: de manier waarop je een taal gebruikt. In deze context onderscheiden we:
    • Heldere taal: taal die niet onnodig moeilijk is en de grote meerderheid van de bevolking begrijpt. Het gaat om niveau B1 volgens het Europees referentiekader voor talen (ERK - zie ook verder in het lexicon). Heldere taal wordt ook wel ‘duidelijke taal’, ‘klare taal’ of ‘begrijpelijke taal’ genoemd. De Vlaamse Overheid moedigt “heerlijk helder” taalgebruik aan;
    • Eenvoudige taal: taal die aangepast is aan de specifieke behoeften van mensen die moeite hebben met lezen of begrijpen, bijvoorbeeld mensen met lage taalvaardigheid, anderstaligen die Nederlands leren, mensen met een mentale beperking of mensen met leerproblemen. Het gaat om niveau A1 of A2 volgens het ERK.
  • Taalverwerving: het leren van een taal, in deze context het Nederlands.
    • Taalcoaching: methodiek voor taalverwerving in een professionele context. Een taalcoach biedt geïntegreerde en taakgerichte ondersteuning op de bemiddelings- of opleidingsvloer aan zowel de anderstalige deelnemer/cursist als de bemiddelaar/lesgever. Het doel is het talig functioneren van de deelnemer tijdens de bemiddeling/opleiding te verbeteren en de talige zelfredzaamheid te verhogen.
    • Taalopleiding: taallessen zoals cursussen NT2 in het volwassenenonderwijs (CVO, Ligo, UCT) of via een privéaanbieder. Ook de schakelpakketten via VDAB zijn een vorm van taalopleiding.
  • Taaloefenkansen: de kans om de taal te oefenen voor iemand die een taal leert. 3 elementen zijn belangrijk om kwalitatieve taaloefenkansen Nederlands te bieden:
    • een veilig klimaat: je moedigt aan om Nederlands te spreken en geeft positieve, constructieve feedback, waardoor de anderstalige durft spreken en fouten maken;
    • een taalrijke omgeving: anderstaligen krijgen op verschillende manieren Nederlands te horen en te lezen. Nederlandstaligen passen hun mondelinge en schriftelijke communicatie aan aan de taalvaardigheid van de anderstalige;
    • voldoende kansen voor de anderstalige om Nederlands te spreken.
  • Taalontwikkelend lesgeven (ook 'taalgerichte vaklessen geven'): lessen met veel interactie, context en taalsteun. Door met elkaar in gesprek te gaan tijdens activerende opdrachten, komen cursisten tot een diepere verwerking van de leerstof en bereiken ze een hoger taalniveau dan wanneer ze vooral moeten luisteren of lezen.
  • Functionele meertaligheid: het strategisch en geïntegreerd gebruik van de thuistaal of andere vreemde talen om zowel het Nederlands als de inhoud van de begeleiding of opleiding beter te verwerven.

Op deze pagina